Ook na het eten moeten zij eveneens met gevouwen handen en eerbiedig zeggen:
‘Dankt de HEERE, want Hij is vriendelijk en zijn goedheid is tot in eeuwigheid; Die
spijze geeft aan al wat leeft, Die het vee zijn voer geeft, de jonge raven als zij tot Hem
roepen. Hij heeft geen behagen in de kracht van het paard, geen welgevallen in de
sterke benen van een man. De Heere heeft welbehagen in wie Hem vrezen en op Zijn
goedheid wachten’ Naar Ps. 106: 1, 136: 25, 147: 9-11.
Dan het Onze Vader en het volgende gebed:
‘Wij danken U, Heere onze God en Vader, door Jezus Christus onze Heere voor al Uw
weldaden, U die leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.’