Van enkele Bijbelse woorden voor allerlei heilige orden en standen, door lezing
waarvan deze over hun ambt en plicht worden vermaand.
Aan de bisschoppen, herders en leraars
‘Een bisschop moet onberispelijk zijn, de man van een vrouw, nuchter, deugdzaam,
matig, gastvrij, een geschikte leraar, niet drankzuchtig, niet driftig, niet uit op
schandelijk gewin, maar vriendelijk, niet twistziek, niet eerzuchtig, iemand die zijn
eigen huis goed bestuurt, die gehoorzame en oprechte kinderen heeft, geen nieuweling
etcetera:(1 Tim. 3: 2-6).
Over de wereldlijke overheid
‘Ieder moet aan de overheid onderdanig zijn, want er is geen overheid dan die door
God is ingesteld. Wie zich nu verzet tegen de overheid, verzet zich tegen Gods
ordening en wie zich daartegen verzet zal daarvoor veroordeeld worden. Want de
overheid draagt het zwaard niet tevergeefs; ze is Gods dienares, die met straf vergeldt
diegenen die kwaad doen.’ (Rom. 13: 1-4).
Voor de getrouwde mannen
‘Mannen, leeft verstandig met jullie vrouwen en bewijst het vrouwelijke als brozer
vaatwerk eer als mede-erfgenaam van de genade des levens: (1 Petr. 3: 7). ‘En weest
niet bitter tegen hen: (Kol. 3: 19).
Voor de getrouwde vrouwen
‘Laat vrouwen onderdanig zijn aan hun man als aan de HEERE, zoals Sara aan
Abraham gehoorzaam was en hem Heere noemde. Jullie zijn haar dochters geworden
als jullie goed doen en u geen schrik laat aanjagen.’ (1Petr. 3: 1, 6).
Voor de ouders
‘Vaders, prikkelt jullie kinderen niet tot toorn, en maakt hen niet schuchter, maar
voedt hen op in de tucht en vermaning van de HEERE.’ (Ef. 6: 4).
Voor de kinderen
‘Kinderen, weest gehoorzaam aan jullie ouders in de HEERE. Eer vader en moeder,
dat is het eerste gebod dat een belofte heeft: opdat het u wel ga en u lang op aarde mag
leven.’ (Ef. 6: 1-3).
Voor de knechten, meiden, dagloners en arbeiders
‘Knechten, weest gehoorzaam aan jullie heren naar het vlees, met vrees en beven,
eenvoudig van hart als aan Christus Zelf, niet met enkel ogendienst als om mensen te
behagen, maar als knecht van Christus, zodat u de wil van God van harte en
bereidwillig doet. Houdt u voor dat jullie de Heere en geen mensen dienen, en weet
dat ieder zal ontvangen naar wat hij aan goeds doet of hij nu knecht is of vrije.’ (Ef. 6:
5-8).
Voor de heren en vrouwen des huizes
‘Heren, doet hetzelfde ook tegen hen en laat het dreigen na en weet dat ook jullie een
Vader in de hemel hebben en dat bij Hem geen aanzien des persoons is.’ (Ef. 6: 9).
Voor de jeugd in het algemeen
‘Jongeren weest gehoorzaam aan de ouderen en bewijst daarin nederigheid, want God
weerstaat de hoogmoedigen, maar geeft genade aan de deemoedigen. Dus
verootmoedigt jullie onder de machtige hand van God, opdat Hij jullie zal verhogen
op zijn tijd.’ (1 Petr. 5: 5-6).
Voor de weduwen
‘De ware weduwe, hoe eenzaam ook, stelt haar hoop op God en volhardt in gebed dag
en nacht. Wie echter leeft in wellust, die is levend dood.’ (1. Tim. 5: 5).
Voor de gemeente
‘Hebt u naaste lief als uzelf’. In dit woord zijn alle geboden vervat (Rom. 13: 9). ‘En
bidt onophoudelijk voor alle mensen.’ (1 Tim. 2: 1).
Als iedereen zijn les leert verstaan,
zal ook het huis het goed vergaan.