✠ Zonen der Dageraad ✠

Voor de bevording van Bijbels Christendom in het Avondland






Extra Ecclesiam nulla salus

 

Buiten de Kerk geen zaligheid

 

Moderne mensen hebben de neiging sceptisch te zijn tegenover alle gevestigde orde structuren en instituten. Deze anti-dogmatische en anti-institutionele geest manifesteert zich ook geregeld onder het Nederlandse volk welke zichzelf Christen noemen. In beide uitersten van het theologisch vrijzinnig-bevindelijk spectrum komt dit regelmatig voor. Vrijzinnigen denken vaak dat iedereen toch zalig zal worden, deel zijn van een Kerk lijkt dan voor hen overbodig. Mensen die doorslaan in het bevindelijke kunnen ook in deze ketterij vallen waar ze denken dat de door God gevestigde zichtbare Kerk onnodig is en dat alles erom gaat of je persoonlijk een moment van persoonlijke bekering kan aanwijzen, hierbij kan o.a. gedacht worden aan thuislezers.

De Kerk echter heeft altijd geleerd dat er geen ordinaire manier is om zalig te worden buiten deze zichtbare manifestatie van Gods Koninkrijk op aarde.

Door de zichtbare Kerk dus onnodig te achten riskeert men hun eeuwige ziel. Daarnaast betekent dit dat er geen zaligheid is (ordinair gesproken) in valse kerken waaronder o.a. de Rooms Katholieke Kerk, de Oosters Orthodoxe Kerken, Baptistenkerken en Pinkstergemeenten.

 

 

...En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden.” ~ Handelingen 2:47

 

 

“But as it is now our purpose to discourse of the visible Church, let us learn, from her single title of Mother, how useful, nay, how necessary the knowledge of her is, since there is no other means of entering into life unless she conceive us in the womb and give us birth, unless she nourish us at her breasts, and, in short, keep us under her charge and government, until, divested of mortal flesh, we become like the angels (Mt. 22:30). For our weakness does not permit us to leave the school until we have spent our whole lives as scholars. Moreover, beyond the pale of the Church no forgiveness of sins, no salvation, can be hoped for, as Isaiah and Joel testify (Isa. 37:32; Joel 2:32). To their testimony Ezekiel subscribes, when he declares, “They shall not be in the assembly of my people, neither shall they be written in the writing of the house of Israel” (Ezek. 13:9); as, on the other hand, those who turn to the cultivation of true piety are said to inscribe their names among the citizens of Jerusalem. For which reason it is said in the psalm, “Remember me, O Lord, with the favour that thou bearest unto thy people: O visit me with thy salvation; that I may see the good of thy chosen, that I may rejoice in the gladness of thy nation, that I may glory with thine inheritance” (Ps. 106:4, 5). By these words the paternal favour of God and the special evidence of spiritual life are confined to his peculiar people, and hence the abandonment of the Church is always fatal.

~ Calvin, John. Institutes. 4.1.4

 

“I will begin with the Church, into whose bosom God is pleased to collect his children, not only that by her aid and ministry they may be nourished so long as they are babes and children, but may also be guided by her maternal care until they grow up to manhood, and, finally, attain to the perfection of faith. What God has thus joined, let not man put asunder (Mark 10:9): to those to whom he is a Father, the Church must also be a mother. This was true not merely under the Law, but even now after the advent of Christ; since Paul declares that we are the children of a new, even a heavenly Jerusalem (Gal. 4:26).”

~ Calvin, John. Institutes. 4.1.1

 

 

Nederlandse Geloofsbelijdenis - Artikel 28 - Dat een iegelijk schuldig is zich bij de ware Kerk te voegen

“Wij geloven, aangezien deze heilige vergadering is een verzameling dergenen, die zalig worden, en dat buiten haar geen zaligheid is, dat niemand, van wat staat of kwaliteit hij zij, zich behoort op zichzelf te houden, om op zijn eigen persoon te staan; maar dat zij allen schuldig zijn, zichzelf daarbij te voegen en daarmede te verenigen; onderhoudende de enigheid der Kerk, zich onderwerpende aan haar onderwijzing en tucht, de hals buigende onder het juk van Jezus Christus, en dienende de opbouwing der broederen, naar de gaven, die hun God verleend heeft, als onderlinge lidmaten eenszelfden lichaams.

En opdat dit te beter onderhouden zou kunnen worden, zo is het ambt aller gelovigen, volgens het Woord Gods, zich af te scheiden van degenen die niet van de Kerk zijn, en zich te voegen tot deze vergadering, het zij op wat plaats dat God ze gesteld heeft; ook ofschoon het zo ware, dat de magistraten en plakkaten der prinsen daartegen waren, en dat de dood of enige lichamelijke straf daaraan hing. Daarom, al degenen, die zich van haar afscheiden of niet daar bijvoegen, die doen tegen de ordinantie Gods.”

 

 

2 Helvetisches Bekenntnis kap. 17

“...Die Gemeinschaft mit der wahren Kirche schätzen wir aber so hoch, dass wir behaupten, niemand könne vor Gott leben, der mit der wahren Kirche Gottes keine Gemeinschaft pflege, sondern sich von ihr absondere. Denn wie außerhalb der Arche Noahs keine Rettung war, als die Menschheit in der Sintflut umkam, so glauben wir, dass außerhalb Christus, der sich den Erwählten in der Kirche zum Genusse darbietet, kein gewisses Heil vorhanden sei. Deshalb lehren wir, dass, wer leben will, sich von der wahren Kirche nicht absondern dürfe. ...”

 

 

Westminster confession of faith c. 25.2

“The visible Church, which is also catholick or universal under the Gospel (not confined to one nation, as before under the law), consists of all those throughout the world that profess the true religion, and of their children; and is the kingdom of the Lord Jesus Christ, the house and family of God, out of which there is no ordinary possibility of salvation.

 

 

Wat dan is de ware kerk vraagt u? De ware kerk is zij die het Evangelie rein predikt, de Sacramenten rein bedient en de tucht toepast wanneer nodig. Zo zegt onze belijdenis.

 

 

Nederlandse Geloofsbelijdenis - Artikel 29 - Van het onderscheid en de merktekenen der ware en valse kerk

“Wij geloven, dat men wel naarstiglijk en met goede voorzichtigheid, uit het Woord Gods, behoort te onderscheiden, welke de ware Kerk zij; aangezien alle sekten, die heden ten dage in de wereld zijn, zich met den naam der Kerk bedekken. Wij spreken hier niet van het gezelschap der hypocrieten, welke in de Kerk onder de goeden vermengd zijn, en intussen van de Kerk niet zijn, hoewel zij naar het lichaam in haar zijn; maar wij zeggen, dat men het lichaam en de gemeenschap der ware Kerk onderscheiden zal van alle sekten, welke zeggen dat zij de Kerk zijn.

De merktekenen, om de ware Kerk te kennen, zijn deze: zo de Kerk de reine predikatie des evangelies oefent; indien zij gebruikt de reine bediening der sacramenten, gelijk ze Christus ingesteld heeft; zo de kerkelijke tucht gebruikt wordt, om de zonden te straffen. Kortelijk, zo men zich aanstelt naar het zuivere Woord Gods, verwerpende alle dingen, die daar tegen zijn, houdende Jezus Christus voor het enige Hoofd. Hierdoor kan men zekerlijk de ware Kerk kennen, en het komt niemand toe, zich daarvan te scheiden.

En aangaande degenen, die van de Kerk zijn, die kan men kennen uit de merktekenen der christenen; te weten, uit het geloof, en wanneer zij, aangenomen hebbende den enigen Zaligmaker Jezus Christus, de zonde vlieden en de gerechtigheid najagen, den waren God en hun naaste liefhebben, niet afwijken, noch ter rechter-, noch ter linkerhand, en hun vlees kruisigen met zijn werken. Alzo nochtans niet, alsof er nog geen grote zwakheid in hen zij; maar zij strijden daartegen door den Geest al de dagen huns levens; nemende gestadiglijk hun toevlucht tot het bloed, den dood, het lijden en de gehoorzaamheid des Heeren Jezus, in Denwelken zij vergeving hunner zonden hebben, door het geloof in Hem.

Aangaande de valse kerk, die schrijft zich en haar ordinantiën meer macht en autoriteit toe, dan het Woord Gods, en wil zich aan het juk van Christus niet onderwerpen; zij bedient de sacramenten niet, gelijk Christus in Zijn Woord verordend heeft, maar zij doet daar af en toe, gelijk het haar goeddunkt; zij grondt zich meer op de mensen dan op Christus; zij vervolgt degenen, die heiliglijk leven naar het Woord Gods, en die haar bestraffen over haar gebreken, gierigheid en afgoderijen. Deze twee kerken zijn lichtelijk te kennen, en van elkander te onderscheiden.”